
Concentratieproblemen tijdens het leren komen vaak voort uit onderontwikkelde executieve functies – de mentale vaardigheden die focussen, plannen en zelfcontrole mogelijk maken. Kinderen met een verstandelijke beperking hebben vaak meer moeite met deze functies, waardoor hun aandachtsspanne korter is en leren uitdagender wordt. Door deze onderliggende oorzaken te begrijpen, kun je je kind beter ondersteunen bij het ontwikkelen van een betere concentratie.
Executieve functies zijn de mentale vaardigheden die je hersenen gebruiken om taken uit te voeren, problemen op te lossen en gedrag te controleren. Deze functies ontwikkelen zich gedurende de kindertijd en vormen de basis voor effectief leren en concentreren.
De vier belangrijkste executieve functies zijn:
Deze functies ontwikkelen zich niet bij alle kinderen in hetzelfde tempo. Kinderen met een verstandelijke beperking hebben vaak meer tijd nodig om deze vaardigheden te ontwikkelen. Wanneer executieve functies onderontwikkeld zijn, heeft dit direct invloed op het concentratievermogen. Een kind kan bijvoorbeeld moeite hebben om de aandacht vast te houden, wordt snel afgeleid of vergeet wat het aan het doen was.
Onderzoek toont aan dat training van executieve functies wel degelijk mogelijk is, ook bij kinderen met een verstandelijke beperking. Door gerichte oefening kunnen deze mentale “spieren” worden versterkt, wat resulteert in een betere concentratie en effectiever leren.
Concentratieproblemen uiten zich op verschillende manieren en het is belangrijk om onderscheid te maken tussen normale ontwikkelingskenmerken en daadwerkelijke concentratiemoeilijkheden. Echte concentratieproblemen zijn structureel aanwezig en beïnvloeden het dagelijks functioneren.
Concrete signalen die kunnen wijzen op concentratieproblemen zijn:
Het verschil tussen normale ontwikkeling en concentratieproblemen ligt vaak in de intensiteit en de consistentie van het gedrag. Alle kinderen hebben weleens moeite met focussen, maar bij concentratieproblemen gebeurt dit structureel en in verschillende situaties. Ook de leeftijd speelt een rol: wat normaal is voor een 5-jarige, kan zorgwekkend zijn bij een 10-jarige.
Let ook op positieve momenten. Kinderen met concentratieproblemen kunnen soms juist heel lang focussen op activiteiten die hen boeien. Dit laat zien dat het concentratievermogen er wel is, maar dat het moeilijk te sturen is naar minder interessante maar belangrijke taken.
Concentratieproblemen kunnen verschillende oorzaken hebben die elkaar vaak beïnvloeden. Het begrijpen van deze factoren helpt bij het vinden van de juiste ondersteuning voor je kind.
De belangrijkste oorzaken zijn:
Ontwikkelingsachterstanden en neurologische factoren: Kinderen met een verstandelijke beperking hebben vaak van nature meer moeite met executieve functies. Hun hersenen hebben meer tijd nodig om deze vaardigheden te ontwikkelen, wat direct invloed heeft op concentratie en leren.
Omgevingsfactoren: Te veel prikkels, lawaai, rommelige ruimtes of een onduidelijke structuur kunnen concentratieproblemen verergeren. Ook spanning thuis of op school kan het concentratievermogen aantasten.
Fysieke factoren: Vermoeidheid, honger, medicatie of gezondheidsproblemen beïnvloeden de concentratie. Een gebrek aan beweging of frisse lucht kan ook een rol spelen.
Emotionele aspecten: Angst, stress of een laag zelfvertrouwen kunnen ervoor zorgen dat kinderen zich moeilijk kunnen concentreren. Negatieve ervaringen met leren kunnen vermijdingsgedrag veroorzaken.
Deze factoren werken vaak samen. Een kind met een ontwikkelingsachterstand kan extra gevoelig zijn voor omgevingsprikkels, waardoor concentratieproblemen versterkt worden. Door meerdere factoren tegelijk aan te pakken, ontstaat vaak de beste verbetering.
Het verbeteren van concentratie vraagt om een aanpak die zowel de omgeving als de vaardigheden van je kind ondersteunt. Door praktische aanpassingen en gerichte activiteiten kun je het concentratievermogen van je kind stap voor stap versterken.
Creëer een optimale leeromgeving:
Bouw structuur en routine op:
Pas positieve bekrachtiging toe: Beloon pogingen en kleine vooruitgang, niet alleen perfecte prestaties. Erken wanneer je kind zich goed concentreert, ook al is de taak niet helemaal gelukt. Dit motiveert om het opnieuw te proberen.
Train executieve functies door spel: Spelletjes die geheugen, planning en zelfcontrole trainen, helpen bij het ontwikkelen van concentratie. Denk aan geheugenspelletjes, puzzels of digitale educatieve games die zich aanpassen aan het niveau van je kind.
Vergeet niet dat verbetering tijd kost. Wees geduldig en vier kleine overwinningen. Door consequent dezelfde ondersteunende aanpak te hanteren, help je je kind om stap voor stap een betere concentratie te ontwikkelen.